Het jaar loopt op zijn einde en er hangt verandering in de lucht. De regels rond zzp’ers en schijnzelfstandigheid zijn volop in beweging. Sinds januari kijkt de Belastingdienst weer scherper naar hoe bedrijven samenwerken met zelfstandigen. Niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk. En hoewel plannen zoals de Wet Vbar nog niet definitief zijn, is één ding duidelijk: de ruimte voor twijfel of grijs gebied wordt steeds kleiner. Voor ondernemers met een flexibele schil, zoals veel dienstverleners, bureaus, bouw en techbedrijven, betekent dit niet alleen een HR-uitdaging. Het raakt ook het hart van je bedrijf: je structuur, je risico’s en je waarde.
Wat verandert er?
Sinds 1 januari 2025 kijkt de Belastingdienst weer actief naar hoe je samenwerkt met zzp’ers. Niet wat er in het contract staat is doorslaggevend, maar hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Lijken je zelfstandigen in alles op medewerkers? Dan loop je risico op naheffingen, correcties of zelfs loonvorderingen.
Tot eind 2025 is er nog enige coulance: wie aantoonbaar stappen zet om zijn werkwijze aan te passen, kan boetes vaak voorkomen. Maar vanaf 2026 wordt het strenger. Er ligt een wetsvoorstel klaar, de Wet Vbar, waarin onder andere een rechtsvermoeden van werknemerschap staat voor zzp’ers met een uurtarief onder de 36 euro.
Die wet is nog niet aangenomen, maar de richting is duidelijk: de bewijslast verschuift en de regels worden strikter. De datum waarop de wet ingaat is nu nog onbekend.
Waarom schijnzelfstandigheid de waarde van jouw bedrijf raakt
Schijnzelfstandigheid is niet alleen een juridisch vraagstuk. Het raakt direct aan hoe een koper, investeerder of bank naar jouw onderneming kijkt. Twijfel over de status van je team brengt risico’s mee: loonkosten, naheffingen, juridische procedures.
Daar komt bij dat je marge onder druk kan komen te staan. Als je zelfstandigen moet vervangen door werknemers, stijgen je vaste lasten. En dan zijn er ook zzp’ers die achteraf aanspraak maken op werknemersrechten, zoals ontslagbescherming of vakantiegeld. Dat kan leiden tot claims en reputatieschade. Al deze factoren maken je bedrijf minder wendbaar, minder aantrekkelijk en soms zelfs minder verkoopbaar.
Wat kun je nu doen?
2025 is een overgangsjaar. Wachten tot 2026 is geen strategie. Ondernemers die nu hun structuur op orde brengen, houden de regie. Begin met het in kaart brengen van hoe je samenwerkt met zelfstandigen. Herzie je contracten en kijk kritisch naar de praktijk: sluiten afspraken op papier nog aan bij hoe het er in werkelijkheid aan toe gaat? Bouw vervolgens aan een structuur die flexibel is, maar ook juridisch houdbaar blijft.
En kijk vooral naar wat dit betekent voor de waarde van je onderneming. Want alleen wie zijn cijfers en constructie begrijpt, kan sturen op vertrouwen en groei.
Klaar om scherp te kijken naar jouw bedrijf?
Wil je weten wat deze veranderingen betekenen voor jouw bedrijf? Dan is nu het moment om scherp te kijken naar je structuur, risico’s en financiële fundament. De Waardemonitor helpt je daarbij. In een paar minuten krijg je helder waar jouw organisatie op bouwt en waar het (nog) schuurt. Geen oppervlakkige scan, maar een concreet vertrekpunt om met vertrouwen 2026 in te gaan.
Vul de Waardemonitor in en ontdek waar jouw structuur sterker kan.
Wij zijn Bottomlines. Wij helpen ondernemers bouwen aan waarde. Ook als de spelregels veranderen.








